In het basisonderwijs heeft één op de twaalf leerlingen last van faalangst. Op school presteren kinderen met faalangst minder dan verwacht, omdat ze bang zijn. Bang om te mislukken, bang om niet te voldoen aan de verwachtingen die ouders, leerkrachten of zijzelf stellen. Zowel goede als zwakke leerlingen kunnen last hebben van faalangst. Ze hebben een negatief beeld van zichzelf, een lage zelfwaardering en hebben dikwijls ook last van lichamelijke klachten zoals hoofdpijn of buikpijn.
Bij onze training wordt het verschijnsel faalangst in de schoolsituatie behandeld. Een leerling op school bevindt zich bijna voortdurend in een beoordelingssituatie en het is dan ook niet verwonderlijk dat deze vorm van angst op school veel voorkomt.
Wij richten ons zowel op de cognitieve faalangst van kinderen, dat wil zeggen de angst van een leerling bij het leveren van een prestatie op leergebied, als faalangst op sociaal gebied. Dat wil zeggen angst voor beoordeling in sociale situaties, angst om door medeleerlingen of leerkrachten niet geaccepteerd te worden.
Er zijn twee versies van de training: één gericht op kinderen in de groepen 4-5-6 en één gericht op de groepen (6) 7 en 8.