Het ontwikkelingsperspectief (OPP) is een format waarbij een leerling niet alleen gevolgd wordt in zijn of haar ontwikkeling, maar waarmee ook duidelijk kan worden gemaakt wat een school met een leerling denkt te kunnen bereiken. Uitgangspunt is dat reguliere basisscholen voorzieningen treffen om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften passend onderwijs te bieden. Wanneer verwacht wordt dat een leerling maximaal het eindniveau van groep 7 gaat halen, stelt de inspectie dat er een ontwikkelingsperspectief geformuleerd moet worden. Door middel van een stappenplan en een format voor het maken van een ontwikkelingsperspectief wordt aan de hand van eigen casussen geoefend. Daarbij wordt relevante achtergrondinformatie gegeven over mogelijke leerlijnen.
Doelgroep
Intern begeleiders en/of schoolteams.
Doel
Het zelfstandig leren opstellen van een ontwikkelingsperspectief voor een of meerdere vakgebieden.
Bij het beoordelen van het ontwikkelingsperspectief kijkt de inspectie naar:
Is het ontwikkelingsperspectief realistisch geformuleerd?
Zijn er tussendoelen afgeleid van het ontwikkelingsperspectief, waarmee de vorderingen van de leerling gevolgd kunnen worden?
Volgt de school de ontwikkeling van de leerlingen aan de hand van de tussendoelen en het ontwikkelingsperspectief en ontwikkelen deze leerlingen zich naar verwachting? (is er voldoende leerwinst op het gebied van taal / lezen en rekenen/wiskunde)
Stappen naar een ontwikkelingsperspectief:
1. Beslissing tot eigen leerlijn(en). Voordat besloten wordt tot een eigen leerlijn is het essentieel dat een extern deskundige (psycholoog of orthopedagoog) wordt geraadpleegd. Criteria wanneer deze beslissing genomen kan worden zijn nog niet eenduidig. Dit moet worden vastgelegd op schoolniveau.
2. Theoretische leerrendementsverwachting (LRV) op basis van eventueel intelligentieonderzoek bepalen. Dit is doorgaans pas betrouwbaar vanaf de leeftijd van ongeveer 8 jaar.
3. Reële LRV per vakgebied bepalen op basis van toetsresultaten lezen, spelling en rekenen, waarbij rekening wordt gehouden met beschermende en belemmerende factoren. Daarbij kan een bandbreedte worden aangegeven, maar binnen de bandbreedte wordt de leerling op het hoogste niveau uitgedaagd. De meest betrouwbare inschatting is voor de periode van een jaar. Hoe verder weg je voorspelt, des te breder de bandbreedte waarbinnen de leerresultaten kunnen vallen en dus hoe onnauwkeuriger de voorspelling.