Sinds 2000 financiert de overheid de voor- en vroegschoolse educatie. Het doel hiervan is om jonge kinderen in een achterstandssituatie optimale ontwikkelingskansen te bieden. Sindsdien heeft het VVE-beleid flinke winst geboekt, o.a. op het terrein van het bereik van het aantal doelgroepkinderen. Van 2002 tot 2006 zijn de middelen voor VVE opgenomen in het gemeentelijke budget voor de bestrijding van onderwijsachterstanden.
Op 1 augustus 2006 is een nieuwe vierjarige beleidsperiode ingegaan. De gemeenten zijn verantwoordelijk (en krijgen budgetten) voor het voorschoolse deel van VVE. Voorschoolse educatie is bestemd voor kinderen van 2 tot 4 jaar met een taalachterstand en wordt verzorgd door een peuterspeelzaal of een kinderdagverblijf. Het hoofddoel voor de vier jaar blijft het effectief en vroegtijdig aanpakken van onderwijsachterstanden. Wat betreft het bereik van doelgroepkinderen is het doel dat per 1 augustus 2010 70% deelneemt aan voorschoolse educatie. Sinds april 2008 is deze doelstelling nog ambitieuzer: alle doelgroepkinderen (= 100%) moeten in 2011 worden bereikt binnen VVE!
De gelden voor het vroegschoolse deel van VVE gaan vanaf schooljaar 2006-2007 rechtstreeks naar de schoolbesturen. De minister wees de schoolbesturen op hun verantwoordelijkheid onderwijsachterstanden binnen de eigen school te bestrijden. De aanbeveling was om 1/4 deel van de gewichtengelden te besteden in de groepen 1 en 2. Ook werd de nadruk gevestigd op doorgaande (leer)lijnen van voor- naar vroegschoolse periode. Goede afspraken tussen schoolbesturen en gemeenten over de invulling van VVE zijn dus van het grootste belang.